Duits · naamwoord

der Haushalt

het huishouden

met lidwoordnaamwoorden · set 76

Voorbeeldzinnen

Den Haushalt machen wir zusammen.
Het huishouden doen we samen.
Sie hat gestern den ganzen Haushalt gemacht.
Ze heeft gisteren het hele huishouden gedaan.
Der Haushalt kostet viel Zeit.
Het huishouden kost veel tijd.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: der Haushalt. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud der Haushalt voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen der Haushalt in ripiti