Duits · naamwoord

der Mantel

de jas (winterjas)

met lidwoordnaamwoorden · set 43

Voorbeeldzinnen

Im Winter trage ich einen warmen Mantel.
In de winter draag ik een warme jas.
Gestern hat er seinen Mantel im Zug vergessen.
Gisteren heeft hij zijn jas in de trein vergeten.
Du solltest den Mantel anziehen, es regnet.
Je moet de jas aandoen, het regent.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: der Mantel. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud der Mantel voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen der Mantel in ripiti