Duits · naamwoord

die Jacke

het jack

met lidwoordnaamwoorden · set 43

Voorbeeldzinnen

Die Jacke hängt an der Tür.
Het jack hangt aan de deur.
Sie hat sich letzte Woche eine neue Jacke gekauft.
Ze heeft vorige week een nieuw jack gekocht.
Nimm lieber eine Jacke mit, es wird kalt.
Neem liever een jack mee, het wordt koud.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: die Jacke. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud die Jacke voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen die Jacke in ripiti