Duits · naamwoord

der Monat

de maand

met lidwoordnaamwoorden · set 3

Voorbeeldzinnen

Dieser Monat ist ziemlich teuer für mich.
Deze maand is vrij duur voor mij.
Letzten Monat war ich im Urlaub.
Vorige maand was ik op vakantie.
Nächsten Monat werden wir umziehen.
Volgende maand gaan we verhuizen.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: der Monat. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud der Monat voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen der Monat in ripiti