Duits · naamwoord

der Reis

de rijst

met lidwoordnaamwoorden · set 97

Voorbeeldzinnen

Zum Hähnchen esse ich am liebsten Reis.
Bij kip eet ik het liefst rijst.
Gestern habe ich den Reis zu lange gekocht.
Gisteren heb ik de rijst te lang gekookt.
Der Reis muss etwa zwanzig Minuten kochen.
De rijst moet ongeveer twintig minuten koken.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: der Reis. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud der Reis voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen der Reis in ripiti