Duits · naamwoord

die Wurst

de worst, het vleesbeleg

met lidwoordnaamwoorden · set 97

Voorbeeldzinnen

Zum Abendessen gibt es heute Brot und Wurst.
Vanavond is er brood en worst als avondeten.
Er hat eine Scheibe Wurst auf sein Brot gelegt.
Hij heeft een plakje worst op zijn brood gelegd.
Beim Grillen werden wir viel Wurst essen.
Bij het barbecueën gaan we veel worst eten.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: die Wurst. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud die Wurst voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen die Wurst in ripiti