Duits · naamwoord

die Butter

de boter

met lidwoordnaamwoorden · set 97

Voorbeeldzinnen

Ich streiche jeden Morgen Butter auf mein Brot.
Ik smeer elke ochtend boter op mijn brood.
Meine Mutter hat gestern frische Butter gekauft.
Mijn moeder heeft gisteren verse boter gekocht.
Für den Teig muss die Butter weich sein.
Voor het deeg moet de boter zacht zijn.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: die Butter. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud die Butter voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen die Butter in ripiti