Duits · naamwoord

der Urlaub

de vakantie

met lidwoordnaamwoorden · set 13

Voorbeeldzinnen

Der Urlaub war leider viel zu kurz.
De vakantie was helaas veel te kort.
Letztes Jahr haben wir unseren Urlaub in Spanien verbracht.
Vorig jaar hebben we onze vakantie in Spanje doorgebracht.
Nächste Woche werde ich Urlaub nehmen.
Volgende week ga ik vakantie nemen.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: der Urlaub. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud der Urlaub voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen der Urlaub in ripiti