Duits · naamwoord

die Reise

de reis

met lidwoordnaamwoorden · set 13

Voorbeeldzinnen

Unsere Reise nach Italien war wunderschön.
Onze reis naar Italië was prachtig.
Ich habe die Reise schon im Januar gebucht.
Ik heb de reis al in januari geboekt.
Nächstes Jahr wollen wir eine lange Reise machen.
Volgend jaar willen we een lange reis maken.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: die Reise. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Uitdrukkingen met die Reise

Onthoud die Reise voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen die Reise in ripiti