Duits · naamwoord

der Wagen

de auto (wagen)

met lidwoordnaamwoorden · set 25

Voorbeeldzinnen

Der Wagen steht vor dem Haus.
De auto staat voor het huis.
Mein Vater hat den Wagen gestern gewaschen.
Mijn vader heeft de auto gisteren gewassen.
Nächstes Jahr will ich einen neuen Wagen kaufen.
Volgend jaar wil ik een nieuwe auto kopen.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: der Wagen. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud der Wagen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen der Wagen in ripiti