Duits · naamwoord

der Weg

de weg

met lidwoordnaamwoorden · set 3

Voorbeeldzinnen

Der Weg zum Bahnhof ist ziemlich kurz.
De weg naar het station is vrij kort.
Wir haben gestern den falschen Weg genommen.
We hebben gisteren de verkeerde weg genomen.
Kannst du mir den Weg erklären?
Kun je me de weg uitleggen?

Let op

Het lidwoord hoort erbij: der Weg. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud der Weg voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen der Weg in ripiti