Duits · naamwoord

die Familie

de familie

met lidwoordnaamwoorden · set 3

Voorbeeldzinnen

Meine Familie wohnt in einer kleinen Stadt.
Mijn familie woont in een kleine stad.
Wir haben die ganze Familie eingeladen.
We hebben de hele familie uitgenodigd.
Nächstes Jahr wird die Familie größer.
Volgend jaar wordt de familie groter.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: die Familie. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud die Familie voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen die Familie in ripiti