Duits · naamwoord

die Richtung

de richting

met lidwoordnaamwoorden · set 34

Voorbeeldzinnen

Der Zug fährt in diese Richtung.
De trein rijdt in deze richting.
Sie ging in die Richtung des Bahnhofs.
Ze liep in de richting van het station.
Ich werde dir die Richtung zeigen.
Ik zal je de richting wijzen.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: die Richtung. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud die Richtung voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen die Richtung in ripiti