Duits · werkwoord

arbeiten

werken

regelmatigwerkwoorden · set 5

Voorbeeldzinnen

Mein Vater arbeitet in einer Bank.
Mijn vader werkt bij een bank.
Sie hat gestern bis spät gearbeitet.
Ze heeft gisteren tot laat gewerkt.
Ich möchte später als Lehrerin arbeiten.
Ik wil later als lerares werken.

Vervoeging 5 tijden · goud is onregelmatig

tegenwoordige tijd (Präsens)voltooide tijd (Perfekt)gebiedende wijs (Imperativ)verleden tijd (Präteritum)
icharbeitehabe gearbeitet—arbeitete
duarbeitesthast gearbeitetarbeitearbeitetest
er / sie / esarbeitethat gearbeitet—arbeitete
wirarbeitenhaben gearbeitet—arbeiteten
ihrarbeitethabt gearbeitetarbeitetarbeitetet
sie / Siearbeitenhaben gearbeitetarbeiten Siearbeiteten
voltooid deelwoord (Partizip II) gearbeitet

Onthoud arbeiten voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen arbeiten in ripiti