Duits · werkwoord

spielen

spelen

regelmatigwerkwoorden · set 4

Voorbeeldzinnen

Die Kinder spielen im Garten Fußball.
De kinderen voetballen in de tuin.
Er hat früher oft Gitarre gespielt.
Hij speelde vroeger vaak gitaar.
Wir werden morgen Karten spielen.
Wij zullen morgen kaarten.

Vervoeging 5 tijden · goud is onregelmatig

tegenwoordige tijd (Präsens)voltooide tijd (Perfekt)gebiedende wijs (Imperativ)verleden tijd (Präteritum)
ichspielehabe gespielt—spielte
duspielsthast gespieltspielspieltest
er / sie / esspielthat gespielt—spielte
wirspielenhaben gespielt—spielten
ihrspielthabt gespieltspieltspieltet
sie / Siespielenhaben gespieltspielen Siespielten
voltooid deelwoord (Partizip II) gespielt

Onthoud spielen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen spielen in ripiti