Duits · werkwoord
bezahlen
betalen
werkwoorden · set 13
Voorbeeldzinnen
Ich bezahle das Essen mit Karte.
Ik betaal het eten met de pin.
Wer hat gestern die Rechnung bezahlt?
Wie heeft gisteren de rekening betaald?
Wir müssen die Miete bis Freitag bezahlen.
We moeten de huur voor vrijdag betalen.
Ook goed
Op de kaart “betalen” keurt ripiti ook zahlen goed.
Onthoud bezahlen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen bezahlen in ripiti