Duits · werkwoord

verkaufen

verkopen

werkwoorden · set 13

Voorbeeldzinnen

Der Bäcker verkauft jeden Morgen frisches Brot.
De bakker verkoopt elke ochtend vers brood.
Wir haben unser altes Auto verkauft.
We hebben onze oude auto verkocht.
Sie will nächstes Jahr ihr Haus verkaufen.
Ze wil volgend jaar haar huis verkopen.

Onthoud verkaufen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen verkaufen in ripiti