Duits · werkwoord
fliegen
vliegen
werkwoorden · set 13
Voorbeeldzinnen
Der Vogel fliegt über das Dach.
De vogel vliegt over het dak.
Wir sind letzten Sommer nach Spanien geflogen.
We zijn afgelopen zomer naar Spanje gevlogen.
Morgen wollen wir früh nach Berlin fliegen.
Morgen willen we vroeg naar Berlijn vliegen.
Onthoud fliegen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen fliegen in ripiti