Duits · werkwoord

reisen

reizen

werkwoorden · set 13

Voorbeeldzinnen

Meine Eltern reisen gern im Herbst.
Mijn ouders reizen graag in de herfst.
Im letzten Jahr sind wir viel gereist.
Vorig jaar hebben we veel gereisd.
Ich will einmal um die ganze Welt reisen.
Ik wil een keer de hele wereld rondreizen.

Onthoud reisen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen reisen in ripiti