Duits · werkwoord

gehen

gaan, lopen (te voet)

● onregelmatigwerkwoorden · set 2

Voorbeeldzinnen

Ich gehe jeden Tag zur Arbeit.
Ik ga elke dag naar mijn werk.
Wir sind gestern ins Kino gegangen.
Wij zijn gisteren naar de bioscoop gegaan.
Morgen werde ich früh schlafen gehen.
Morgen ga ik vroeg slapen.

Vervoeging 5 tijden · goud is onregelmatig

tegenwoordige tijd (Präsens)voltooide tijd (Perfekt)gebiedende wijs (Imperativ)verleden tijd (Präteritum)
ichgehebin gegangen—ging
dugehstbist gegangengehgingst
er / sie / esgehtist gegangen—ging
wirgehensind gegangen—gingen
ihrgehtseid gegangengehtgingt
sie / Siegehensind gegangengehen Siegingen
voltooid deelwoord (Partizip II) gegangen

Onthoud gehen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen gehen in ripiti