Duits · werkwoord

wissen

weten (een feit)

● onregelmatigwerkwoorden · set 2

Voorbeeldzinnen

Ich weiß seine Adresse nicht.
Ik weet zijn adres niet.
Das wusste ich schon lange.
Dat wist ik al lang.
Wirst du morgen Bescheid wissen?
Zul je morgen op de hoogte zijn?

Vervoeging 5 tijden · goud is onregelmatig

tegenwoordige tijd (Präsens)voltooide tijd (Perfekt)gebiedende wijs (Imperativ)verleden tijd (Präteritum)
ichweißhabe gewusst—wusste
duweißthast gewusstwissewusstest
er / sie / esweißhat gewusst—wusste
wirwissenhaben gewusst—wussten
ihrwissthabt gewusstwisstwusstet
sie / Siewissenhaben gewusstwissen Siewussten
voltooid deelwoord (Partizip II) gewusst

Onthoud wissen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen wissen in ripiti