Duits · werkwoord

haben

hebben

● onregelmatigwerkwoorden · set 1

Voorbeeldzinnen

Ich habe zwei Brüder und eine Schwester.
Ik heb twee broers en een zus.
Gestern hatten wir leider keine Zeit.
Gisteren hadden wij helaas geen tijd.
Wir werden bald mehr Platz haben.
Wij zullen binnenkort meer ruimte hebben.

Vervoeging 5 tijden · goud is onregelmatig

tegenwoordige tijd (Präsens)voltooide tijd (Perfekt)gebiedende wijs (Imperativ)verleden tijd (Präteritum)
ichhabehabe gehabt—hatte
duhasthast gehabthabhattest
er / sie / eshathat gehabt—hatte
wirhabenhaben gehabt—hatten
ihrhabthabt gehabthabthattet
sie / Siehabenhaben gehabthaben Siehatten
voltooid deelwoord (Partizip II) gehabt

Onthoud haben voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen haben in ripiti