Duits · werkwoord

kennen

kennen (een persoon/plaats)

● onregelmatigwerkwoorden · set 4

Voorbeeldzinnen

Ich kenne ihn schon seit Jahren.
Ik ken hem al jaren.
Wir kannten die Stadt noch nicht.
Wij kenden de stad nog niet.
Wirst du den Weg kennen?
Zul je de weg kennen?

Vervoeging 5 tijden · goud is onregelmatig

tegenwoordige tijd (Präsens)voltooide tijd (Perfekt)gebiedende wijs (Imperativ)verleden tijd (Präteritum)
ichkennehabe gekannt—kannte
dukennsthast gekanntkennkanntest
er / sie / eskennthat gekannt—kannte
wirkennenhaben gekannt—kannten
ihrkennthabt gekanntkenntkanntet
sie / Siekennenhaben gekanntkennen Siekannten
voltooid deelwoord (Partizip II) gekannt

Onthoud kennen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen kennen in ripiti