Duits · werkwoord

klingeln

bellen (deurbel), overgaan

werkwoorden · set 27

Voorbeeldzinnen

Das Telefon klingelt schon wieder.
De telefoon gaat al weer over.
Gestern hat jemand an der Tür geklingelt.
Gisteren heeft iemand aan de deur gebeld.
Wenn du kommst, musst du zweimal klingeln.
Als je komt, moet je twee keer bellen.

Onthoud klingeln voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen klingeln in ripiti