Duits · werkwoord

kontrollieren

controleren (inspecteren)

werkwoorden · set 27

Voorbeeldzinnen

Der Polizist will meinen Ausweis kontrollieren.
De agent wil mijn identiteitsbewijs controleren.
Er hat die Rechnung noch einmal kontrolliert.
Hij heeft de rekening nog een keer gecontroleerd.
Der Lehrer kontrolliert jeden Tag die Hausaufgaben.
De leraar controleert elke dag het huiswerk.

Onthoud kontrollieren voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen kontrollieren in ripiti