Duits · werkwoord

müssen

moeten

● onregelmatigwerkwoorden · set 1

Voorbeeldzinnen

Ich muss heute früh ins Bett.
Ik moet vandaag vroeg naar bed.
Wir mussten lange auf den Bus warten.
Wij moesten lang op de bus wachten.
Du wirst morgen früh aufstehen müssen.
Je zult morgen vroeg moeten opstaan.

Vervoeging 5 tijden · goud is onregelmatig

tegenwoordige tijd (Präsens)voltooide tijd (Perfekt)gebiedende wijs (Imperativ)verleden tijd (Präteritum)
ichmusshabe gemusst—musste
dumussthast gemusst—musstest
er / sie / esmusshat gemusst—musste
wirmüssenhaben gemusst—mussten
ihrmüssthabt gemusst—musstet
sie / Siemüssenhaben gemusst—mussten
voltooid deelwoord (Partizip II) gemusst

Onthoud müssen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen müssen in ripiti