Duits · werkwoord

sagen

zeggen

regelmatigwerkwoorden · set 1

Voorbeeldzinnen

Er sagt, dass er müde ist.
Hij zegt dat hij moe is.
Was hat sie dir gestern gesagt?
Wat heeft ze je gisteren gezegd?
Ich werde ihm die Wahrheit sagen.
Ik zal hem de waarheid zeggen.

Vervoeging 5 tijden · goud is onregelmatig

tegenwoordige tijd (Präsens)voltooide tijd (Perfekt)gebiedende wijs (Imperativ)verleden tijd (Präteritum)
ichsagehabe gesagt—sagte
dusagsthast gesagtsagsagtest
er / sie / essagthat gesagt—sagte
wirsagenhaben gesagt—sagten
ihrsagthabt gesagtsagtsagtet
sie / Siesagenhaben gesagtsagen Siesagten
voltooid deelwoord (Partizip II) gesagt

Onthoud sagen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen sagen in ripiti