Duits · werkwoord

schieben

duwen (voortduwen), schuiven

werkwoorden · set 57

Voorbeeldzinnen

Er schiebt den Wagen durch den Supermarkt.
Hij duwt de kar door de supermarkt.
Wir haben das Auto zur Tankstelle geschoben.
We hebben de auto naar het tankstation geduwd.
Kannst du bitte den Tisch zur Seite schieben?
Kun je alsjeblieft de tafel opzij schuiven?

Onthoud schieben voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen schieben in ripiti