Duits · werkwoord

starten

starten, vertrekken

werkwoorden · set 48

Voorbeeldzinnen

Der Zug startet in zehn Minuten.
De trein vertrekt over tien minuten.
Wir haben das Projekt im Mai gestartet.
We hebben het project in mei gestart.
Ich will morgen früh mit der Arbeit starten.
Ik wil morgenvroeg met het werk beginnen.

Onthoud starten voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen starten in ripiti