Duits · werkwoord

stecken

steken

werkwoorden · set 48

Voorbeeldzinnen

Der Schlüssel steckt noch in der Tür.
De sleutel zit nog in de deur.
Er hat das Handy in die Tasche gesteckt.
Hij heeft de mobiel in zijn zak gestopt.
Ich werde die Karten in den Umschlag stecken.
Ik zal de kaarten in de envelop steken.

Onthoud stecken voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen stecken in ripiti