Duits · werkwoord
stehlen
stelen
werkwoorden · set 48
Voorbeeldzinnen
Jemand stiehlt Fahrräder vor unserem Haus.
Iemand steelt fietsen voor ons huis.
Man hat ihm gestern sein Portemonnaie gestohlen.
Gisteren is zijn portemonnee gestolen.
Du darfst nie etwas stehlen.
Je mag nooit iets stelen.
Onthoud stehlen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen stehlen in ripiti