Duits · werkwoord

stoßen

stoten, duwen (met een klap)

werkwoorden · set 48

Voorbeeldzinnen

Vorsicht, du stößt noch den Tisch um!
Pas op, je stoot de tafel nog om!
Ich habe mich am Schrank gestoßen.
Ik heb me aan de kast gestoten.
Er will das schwere Tor mit der Schulter stoßen.
Hij wil de zware poort met zijn schouder duwen.

Onthoud stoßen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen stoßen in ripiti