Duits · werkwoord

zurückgehen

teruggaan

werkwoorden · set 57

Voorbeeldzinnen

Wir wollen morgen zum Hotel zurückgehen.
We willen morgen naar het hotel teruggaan.
Er ist allein nach Hause zurückgegangen.
Hij is alleen naar huis teruggegaan.
Wenn du zurückgehst, nimm den Schirm mit.
Als je teruggaat, neem dan de paraplu mee.

Onthoud zurückgehen voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen zurückgehen in ripiti