Voorbeeldzinnen
Nous mangeons dans le jardin quand il fait beau.
We eten in de tuin als het mooi weer is.
Mon père a planté des roses dans le jardin.
Mijn vader heeft rozen in de tuin geplant.
Demain, nous allons arroser le jardin ensemble.
Morgen gaan we de tuin samen water geven.
Let op
Het lidwoord hoort erbij: le jardin. Zo leer je het geslacht meteen mee.
Onthoud le jardin voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen le jardin in ripiti