Voorbeeldzinnen
J'amène toujours un gâteau chez mes parents.
Ik breng altijd een taart mee naar mijn ouders.
Elle a amené son chien chez le vétérinaire.
Ze heeft haar hond naar de dierenarts gebracht.
Tu peux amener ton ami à la fête.
Je kunt je vriend naar het feest meebrengen.
Onthoud amener voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen amener in ripiti