Frans · werkwoord
emmener
meenemen (iemand)
werkwoorden · set 11
Voorbeeldzinnen
J'emmène mes enfants à l'école le matin.
Ik breng mijn kinderen 's ochtends naar school.
Il a emmené sa femme au restaurant.
Hij heeft zijn vrouw mee uit eten genomen.
Nous t'emmènerons à la mer cet été.
We nemen je deze zomer mee naar zee.
Onthoud emmener voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen emmener in ripiti