Frans · werkwoord

convenir à

passen bij, schikken

met vast voorzetselwerkwoorden · set 21

Voorbeeldzinnen

Cette date convient à tout le monde.
Deze datum past iedereen.
L'horaire a convenu à toute l'équipe.
Het rooster kwam het hele team goed uit.
Ce plan conviendra à mes parents.
Dit plan zal mijn ouders schikken.

Let op

Het voorzetsel hoort bij het woord. Zonder is het antwoord in ripiti fout: convenir à, niet convenir.

Onthoud convenir à voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen convenir à in ripiti