Frans · werkwoord

courir

rennen

werkwoorden · set 9

Voorbeeldzinnen

Il court tous les matins dans le parc.
Hij rent elke ochtend in het park.
J'ai couru pour attraper le bus.
Ik heb gerend om de bus te halen.
Demain, nous courrons dix kilomètres.
Morgen rennen we tien kilometer.

Onthoud courir voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen courir in ripiti