Voorbeeldzinnen
Abbiamo mangiato in fretta e siamo usciti.
We hebben haastig gegeten en zijn vertrokken.
Vestiti in fretta, l'autobus sta arrivando!
Kleed je haastig aan, de bus komt eraan!
Ha fatto i compiti troppo in fretta.
Hij heeft zijn huiswerk te haastig gemaakt.
Onthoud in fretta voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen in fretta in ripiti