Italiaans · bijvoeglijk naamwoord of bijwoord

insieme

samen

bijvoeglijk & bijwoorden · set 2

Voorbeeldzinnen

La domenica cuciniamo sempre insieme.
Op zondag koken we altijd samen.
Hanno studiato insieme per l'esame.
Ze hebben samen voor het examen gestudeerd.
Andremo insieme al concerto sabato.
We gaan zaterdag samen naar het concert.

Onthoud insieme voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen insieme in ripiti