Voorbeeldzinnen
Il biglietto costa cinquanta euro.
Het kaartje kost vijftig euro.
Ieri ho camminato per cinquanta minuti nel parco.
Gisteren heb ik vijftig minuten in het park gelopen.
Domani sul treno ci saranno cinquanta passeggeri.
Morgen zitten er vijftig passagiers in de trein.
Onthoud cinquanta voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen cinquanta in ripiti