La domenica è un giorno festivo, quindi i negozi sono chiusi.
Zondag is een feestdag, dus de winkels zijn dicht.
A Natale, che è un giorno festivo, tutta la famiglia si riunisce.
Met Kerstmis, dat een feestdag is, komt de hele familie bijeen.
Nei giorni festivi la biblioteca non apre mai al pubblico.
Op feestdagen is de bibliotheek nooit open voor het publiek.
Let op
Het lidwoord hoort erbij: il giorno festivo. Zo leer je het geslacht meteen mee.
Onthoud il giorno festivo voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.