Italiaans · naamwoord

il biscotto

het koekje

met lidwoordnaamwoorden · set 43

Voorbeeldzinnen

Il bambino mangia un biscotto.
Het kind eet een koekje.
Questi biscotti sono fatti in casa.
Deze koekjes zijn zelfgemaakt.
Ho inzuppato il biscotto nel latte.
Ik heb het koekje in de melk gedoopt.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: il biscotto. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud il biscotto voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen il biscotto in ripiti