Italiaans · naamwoord

il cibo

het eten, het voedsel

met lidwoordnaamwoorden · set 5

Voorbeeldzinnen

Il cibo è pronto.
Het eten is klaar.
Il cibo era delizioso.
Het eten was heerlijk.
Preparerò il cibo per il viaggio.
Ik maak eten klaar voor onderweg.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: il cibo. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud il cibo voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen il cibo in ripiti