Italiaans · naamwoord

il diritto

het recht

met lidwoordnaamwoorden · set 19

Voorbeeldzinnen

È un tuo diritto.
Het is jouw recht.
Ha studiato diritto a Pavia.
Hij heeft rechten gestudeerd in Pavia.
Avrai diritto al rimborso.
Je hebt recht op terugbetaling.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: il diritto. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud il diritto voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen il diritto in ripiti