Italiaans · naamwoord

il fantasma

het spook

met lidwoordnaamwoorden · set 76

Voorbeeldzinnen

Dicono che nel castello ci sia un fantasma.
Ze zeggen dat er in het kasteel een spook is.
I bambini si sono vestiti da fantasmi.
De kinderen hebben zich als spoken verkleed.
Non credo ai fantasmi.
Ik geloof niet in spoken.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: il fantasma. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud il fantasma voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen il fantasma in ripiti