Italiaans · naamwoord

il passato

het verleden

met lidwoordnaamwoorden · set 33

Voorbeeldzinnen

Il passato non si può cambiare.
Het verleden kun je niet veranderen.
Nel passato questa era una fabbrica.
In het verleden was dit een fabriek.
Parla sempre del suo passato.
Hij praat altijd over zijn verleden.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: il passato. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud il passato voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen il passato in ripiti