Italiaans · naamwoord

il rapporto

de verhouding, de relatie

met lidwoordnaamwoorden · set 31

Voorbeeldzinnen

Hanno un buon rapporto tra loro.
Ze hebben een goede verhouding met elkaar.
Il rapporto con mio padre è cambiato.
De relatie met mijn vader is veranderd.
Il rapporto tra prezzo e qualità è ottimo.
De verhouding tussen prijs en kwaliteit is uitstekend.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: il rapporto. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud il rapporto voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen il rapporto in ripiti