Voorbeeldzinnen
Il vicino annaffia alle otto.
De buurman geeft om acht uur water aan de planten.
Il vicino ci ha aiutato col trasloco.
De buurman heeft ons geholpen met de verhuizing.
Il nuovo vicino arriverà venerdì.
De nieuwe buurman komt vrijdag.
Let op
Het lidwoord hoort erbij: il vicino. Zo leer je het geslacht meteen mee.
Onthoud il vicino voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.
oefen il vicino in ripiti