Italiaans · naamwoord

la casa

het huis

met lidwoordnaamwoorden · set 1

Voorbeeldzinnen

La casa ha un giardino.
Het huis heeft een tuin.
Hanno venduto la casa al paese.
Ze hebben het huis in het dorp verkocht.
Dipingeremo la casa a maggio.
We schilderen het huis in mei.

Let op

Het lidwoord hoort erbij: la casa. Zo leer je het geslacht meteen mee.

Onthoud la casa voorgoed. ripiti laat het woord terugkomen net voordat je het vergeet, met deze zinnen erbij. Gratis, zonder account, werkt offline.

oefen la casa in ripiti